Internationaal: werkagenda
Waddenzee, trilateraal
Traject 1. Klimaatverandering: Onderzoek en evaluatie
Traject 2: Exoten
Traject 3: Monitoring trilateraal
Traject 4: Afstemming trilateraal
Flyway, Internationaal
Traject 5: Onderzoek, monitoring, opleiding en training ten behoeve van early warning
Traject 6. Early warning beleid
Traject 7: Internationale Samenwerking
Traject 8: Internationale afwegingskaders
Traject 1, Klimaatverandering. Belangrijke onderwerpen binnen dit traject zijn
a. Sedimenthuishouding. Kennis over de sedimenthuishouding in de Waddenzee is essentieel voor het inschatten van de effecten van zeespiegelstijging, maar ook voor het beoordelen van effecten van grootschalige zandsuppleties. De trilaterale Task Group Climate zal een studie naar de sedimenthuishouding starten, in nauwe samenwerking met het Deltaprogramma Waddenzee.
b. Inventarisatie kombergingsgebieden. Door het vergelijken van kenmerken van de 39 kombergingsgebieden in de Waddenzee, krijgen we meer inzicht in natuurlijke veranderingen en de effecten van menselijk gebruik, met name bodemberoerende activiteiten. Inmiddels is gestart met een trilaterale voorstudie die in 2011 wordt opgeleverd. Aan de hand van de resultaten zetten we verdere stappen.
Traject 2, Invasieve soorten. Zoals de verspreiding van de Japanse oester in de Waddenzee duidelijk heeft laten zien, is de invasie en verspreiding van exotische planten en dieren in het Waddenzee ecosysteem een bij uitstek trilaterale aangelegenheid. Maar ook de import van mosselzaad is relevant voor alle Waddenzeestaten. Voor de toekomst moeten gezamenlijke richtlijnen worden ontwikkeld hoe om te gaan met exoten. Als eerste stap is een studie gepland waarin de huidige situtatie (onderzoek, monitoring en beleid) op een rijtje wordt gezet en waarin voorstellen worden gedaan waar het best op kan worden ingezet. De resultaten van de studie worden in 2011 besproken en uitgewerkt door een trilaterale expertgroep.
Traject 5, Flyway onderzoek, monitoring, opleiding en training. Onderzoek en monitoring langs de vogeltrekroute is op te delen in een aantal onderdelen:
- De monitoringsactiviteiten langs de hele trekroute worden op elkaar afgestemd.
- Vanuit Nederland wordt een standaard-onderzoeks- en monitoringsmethode geïnitieerd. Het eerste onderdeel van deze methode betreft fundamenteel ecologisch onderzoek aan een klein aantal vogelsoorten (Metawad 1, toegekend door het Waddenfonds in 2010). Het onderzoek vindt zowel in de Waddenzee, als in de broed- en overwintergebieden plaats. We houden daarmee een vinger aan de pols langs de hele trekroute. In het tweede onderdeel (als onderdeel van Metawad 2, later in te dienen bij het Waddenfonds) onderzoeken de wetenschappers, naast de reguliere populatietellingen in het Nederlands deel van de Waddenzee, ook de conditie, broedsucces en overleving van de vogels. Op basis van deze gegevens kunnen we afleiden of knelpunten voor soorten in het Waddengebied, dan wel elders langs de trekroute liggen.
- Dit onderzoek vormt de basis van het early warning beheer en beleid zoals beoogd in traject 6.
- Programma Naar een Rijke Waddenzee financiert hierbij ook de publicatie van een Atlas of Breeding Waders in de Russian Arctic, waarin onderzoek- en monitoringgegegevens van de afgelopen jaren zijn verwerkt.
- Voor capaciteitsopbouw van natuurbeheerders in Franstalige Afrikaanse landen langs de trekroute laat PRW een AEWA Flyway Toolkit in het Frans drukken en verspreiden.
Traject 6, Flyway Early Warning beleid en beheer. Flyway onderzoek en monitoring als basis voor een rijke Waddenzee, is zinvol als daaraan de verantwoordelijkheid tot handelen gekoppeld wordt. In een goed Waddenzeebeleid en -beheer waarin deze 'early warning'-systemen worden benut gaat de betrokkenheid en daarmee de verantwoordelijkheid automatisch verder dan de gebiedsgrenzen. Samenwerking en afstemming tussen gebiedsbeheerders langs de trekroute dient daarom ook een onderdeel van de beleids- en beheerscyclus van de internationale Waddenzee te zijn.
Inmiddels is een inventarisatie gemaakt van relevante Flyway activiteiten waaraan het Programma Rijke Waddenzee een positive bijdrage kan leveren. Voor begin 2012 is een internationale workshop met Flyway partners (landen die de African Eurasian Waterbird Agreement hebben ondertekend) in voorbereiding.
Traject 7, Internationale Samenwerking. Een goede bescherming van gebieden langs de trekroute staat of valt bij internationale samenwerking tussen overheden, NGO's en bij steun en begrip van de bevolking en lokale gebruikers. Voor een goede bescherming van migrerende wadvogels is het noodzakelijk dat men overal langs de trekroute doordrongen is van de uitzonderlijke waarde van trekvogels en wadvogelgebieden. PRW sluit met zijn werk nauw aan bij de AEWA en WOW. Uitwisseling en versterking van lokale capaciteit en structuren voor natuurbescherming helpen het beheer en beleid langs de hele trekroute. Om draagvlak te krijgen werkt PRW ook aan voorlichting en communicatie. Het stimuleren van 'site support groups' draagt bij aan maatschappelijke bewustwording van het belang van de trekvogels. Ook in Nederland stimuleert het Programma Naar een Rijke Waddenzee voorlichtingscampagnes, onder andere in bezoekerscentra, over Flywaybescherming.
KORTE TERMIJN AGENDA
Voor de korte termijn (2010-2011) ligt de nadruk op trajecten 1,2,5,6 en 7.
AGENDA MIDDELLANGE TERMIJN (2012-2014)
Waddenzee trilateraal
Op de middellange termijn werkt PRW aan het bevorderen van trilaterale afstemming bij klimaatverandering (bijvoorbeeld biobouwers, kwelders, zandtransport). Ook zullen in trilateraal verband pilotprojecten worden opgezet voor het testen van planologische instrumenten voor adaptatiemaatregelen (bijvoorbeeld ruimte voor dijken, woningbouw in risicogebieden). Voor het ontwikkelen van toekomstig natuur- en klimaatbeleid is het bestaande systeem van monitoring waarschijnlijk niet voldoende. De nadruk van trilaterale afstemming zal in de toekomst liggen op het omgaan met effecten van klimaatverandering en het ontwikkelen van trilateraal beleid. Voorbeelden zijn afstemming op het gebied van grootschalige zanduppleties en het aanpassen van natuurdoelstellingen van Natura 2000. De uitkomsten van bovengenoemde projecten zullen daarbij een belangrijke rol spelen.
Flyway
Op middellange termijn zal het onderdeel Flyway langs de vier ingezette trajecten worden voortgezet. Dit gebeurt mede op basis van het advies 'Activiteiten voor Oost-Atlantische Vogeltrekroute' (september 2010). Met name het laatstgenoemde traject 8, 'Internationale afwegingskaders', zal op middellange termijn verder worden uitgewerkt.



